Naar de inhoud
Bellemarie
Biologische landbouw

Zo pak je biologisch telen haalbaar en volgens de regels aan

Je wilt overstappen op biologische teelt of strakker binnen de regels werken. Hier lees je welke eisen écht gelden, welke keuzes je hebt en hoe je stap voor stap certificeert.

Door Sanne de Vries 4 min leestijd

Twee mensen die slaplantjes met blote handen in verhoogde bak planten in daglicht
Twee mensen die slaplantjes met blote handen in verhoogde bak planten in daglicht

Wie start met biologisch telen, zoekt duidelijkheid: wat mag wel en niet, hoe lang duurt de omschakeling, en bij wie moet je zijn voor controle? In dit stuk zet Bellemarie de kern op een rij: de Europese regels en Nederlandse invulling, praktische keuzes rond teeltmateriaal, voeding en plaagbeheersing, en de stappen richting certificering en etikettering. Je vindt hier geen gezondheidsbeloftes, wel concrete regels en opties met bronvermelding.

Wat betekent “biologisch telen” in de praktijk?

Biologisch telen is gebonden aan Europees recht: Verordening (EU) 2018/848 geldt sinds 2022 als hoofdregel voor productie en etikettering in de EU, met nadruk op bodemvruchtbaarheid, biodiversiteit en spaarzaam gebruik van hulpbronnen; dieren en planten worden onder één kader gebracht, en handel met derde landen valt er ook onder, aldus de Raad van de EU (Consilium). In Nederland voert Skal het toezicht uit als zelfstandig bestuursorgaan, zo stelt de Rijksoverheid. Voor de grote lijnen achter het keurmerk kun je ook onze gids over biologische landbouw doornemen.

Welke regels bepalen je speelveld?

  • Omschakeltermijnen: minimaal 2 jaar voor akkerbouw vóór inzaai of gebruik als organisch voer, en 3 jaar voor meerjarige teelten vóór de eerste biologische oogst; dat staat in bijlage II van Verordening 2018/848 en wordt in de FAQ van de Europese Commissie helder samengevat (EUR‑Lex; EC‑FAQ).
  • Teelt in de bodem is uitgangspunt; substraat- of groeimediumteelt is niet toegestaan, behalve een inert medium om zaden vochtig te houden, aldus Skal.
  • Gewasbescherming: je stuurt primair op preventie via rassenkeuze, vruchtwisseling en mechanische/fysieke maatregelen; thermische methoden zoals oppervlakkig stomen in kassen kunnen binnen grenzen, volgens de Commissie‑FAQ die de verordening uitlegt. In Nederland bepaalt Ctgb welke middelen überhaupt zijn toegelaten voor verkoop en gebruik (Rijksoverheid/Ctgb); bio‑bedrijven volgen daarbovenop de bio‑regels.
  • Teeltmateriaal: je gebruikt bij voorkeur biologisch teeltmateriaal; als het aanbod aantoonbaar tekortschiet kunnen autoriteiten onder voorwaarden omschakelings- of niet‑biologisch materiaal toestaan, en eisen gelden ook voor zaadbehandeling, aldus EUR‑Lex en Skal.
  • Etikettering tijdens omschakeling: alleen één‑ingrediënt plantaardige producten mogen als “in‑omschakeling” worden verkocht, mits ten minste 12 maanden vóór de oogst aan de regels is voldaan; het EU‑biologo is dan nog niet toegestaan.

Welke keuzes heb je als teler?

  • Rassen en teeltmateriaal: kies rassen die passen bij mechanische onkruidbeheersing en robuustheid. Biologisch (heterogeen) teeltmateriaal is toegestaan en kent aparte registratie‑eisen, aldus Skal.
  • Teeltsysteem: vollegrond heeft de voorkeur binnen bio; teelt op substraat is in principe uitgesloten, met de beperkte uitzondering voor kieming met inert medium.
  • Plaag- en onkruidbeheersing: plan vruchtwisseling, mechanische onkruidbestrijding en fysieke maatregelen als basis; dit volgt de voorkeursladder in de EU‑regels. Voor praktische bodemaanpakken vind je ideeën bij bodemgezondheid verbeteren.
  • Bemesting: werk met organische stof en nutriëntenbronnen die binnen de bio‑regels passen; zie ook onze uitleg over meststoffen in de biologische landbouw.

Hoe begin je: de stappen op een rij

  1. Oriënteer je op het EU‑kader en Nederlandse uitvoering. De verordening 2018/848 is de basis; in Nederland is Skal je aanspreekpunt voor registratie en controle.

  2. Meld je omschakeling aan. De conversieperiode start pas na melding bij de bevoegde autoriteit en onder controle, benadrukt EUR‑Lex.

  3. Scheid percelen, stromen en administratie. De EU staat gemengde bedrijven toe als productiestromen (conventioneel, omschakeling, biologisch) aantoonbaar gescheiden zijn (EUR‑Lex samenvatting).

  4. Leg een teeltplan en vruchtwisseling vast. Bouw preventie in tegen plagen en ziekten en plan mechanische/fysieke maatregelen conform de voorkeursladder.

  5. Kies en documenteer teeltmateriaal. Gebruik waar mogelijk biologisch teeltmateriaal; vastleggen wanneer en waarom je eventueel een toegestane afwijking toepast is verplicht.

  6. Check gewasbeschermingsopties en middelen. Wat in Nederland verkocht en gebruikt mag worden bepaalt het Ctgb; bio‑bedrijven toetsen daarna aan de bio‑regels.

Wanneer ben je “bio” en hoe label je correct?

  • Certificering: na het doorlopen van de omschakeltermijnen en controles ontvang je het bio‑certificaat van Skal; in Nederland hoort op het etiket NL‑BIO‑01 te staan voor in Nederland geproduceerde, verpakte of geëtiketteerde producten (Skal).
  • In‑omschakeling: alleen één‑ingrediënt plantaardige producten mogen zo worden aangeduid, en pas na minstens 12 maanden conversie; het EU‑biologo mag in die fase niet op de verpakking.
  • Kader en steun: de Commissie wijst erop dat omschakeling lagere opbrengsten kan geven en dat er EU‑steun is voor omschakeling en behoud van bio‑status (Europese Commissie).

Zelf je voortgang toetsen

  • Tijdslijn: toets je percelen aan de 2‑ of 3‑jaarstermijn uit de EU‑regels en leg de startdatum van de melding vast.
  • Documentatie: bewaar bewijs van teeltmateriaalkeuze en eventuele afwijkingen, zaadbehandeling en preventiemaatregelen; dit is controleerbaar bij inspectie.
  • Etikettencheck: voor NL‑producten controleer je het codenummer NL‑BIO‑01 en het juiste gebruik van het EU‑biologo of de in‑omschakeling‑aanduiding, conform Skal.

Veelgestelde vragen

Hoe lang duurt de omschakelperiode voor biologische teelt?

Volgens de EU‑verordening 2018/848 geldt minimaal 2 jaar voor akkerbouw vóór inzaai of gebruik als voer, en 3 jaar voor meerjarige teelten vóór de eerste biologische oogst. Dat kader is sinds 2022 van toepassing; lidstaten laten omschakelen volgen onder controle. Zie de tekst van de verordening en de toelichting van de Europese Commissie.

Mag ik tijdens omschakeling “in‑omschakeling” vermelden op plantaardige producten?

Dat mag alleen voor plantaardige voeding of veevoer met slechts één landbouwkundig ingrediënt én wanneer minstens 12 maanden vóór de oogst aan de regels is voldaan. Het EU‑biologo mag dan nog niet op de verpakking staan. De Commissie en EUR‑Lex lichten dit expliciet toe.

Wie controleert biologische bedrijven in Nederland en welk nummer hoort op het etiket?

In Nederland voert Skal Biocontrole de registratie, certificatie en het toezicht uit. Op etiketten van in Nederland geproduceerde, verpakte of geëtiketteerde biologische producten hoort het codenummer NL‑BIO‑01 te staan. Dit volgt uit informatie van de Rijksoverheid en Skal.

Mag ik in bioteelt zaad behandelen of niet‑biologisch teeltmateriaal gebruiken?

Uitgangspunt is biologisch teeltmateriaal. Als het aanbod aantoonbaar niet toereikend is, kunnen bevoegde autoriteiten gebruik van omschakelings- of niet‑biologisch teeltmateriaal toestaan onder voorwaarden. Zaadbehandelingen zijn beperkt en moeten aan de bio‑regels voldoen. Dit staat in de EU‑verordening en bij Skal.

Zijn chemisch‑synthetische gewasbeschermingsmiddelen toegestaan in bio?

Nee, het systeem is preventief en steunt op rassenkeuze, vruchtwisseling, mechanische en fysieke methoden. Alleen middelen die binnen het EU‑kader en de bio‑regels passen zijn toelaatbaar. In Nederland beslist het Ctgb welke middelen verkocht en gebruikt mogen worden; bio‑bedrijven volgen daarnaast de strengere EU‑bio‑regels.